8 December Strafproces Boet Verder in aan Geloofwaardigheid

logo1Bij de voortzetting van het 8 december strafproces op 15 februari j.l. heeft de President van de Krijgsraad wederom een procedure gevolgd die totaal niet in overeenstemming lijkt te zijn met de geldende wetten. In dit geval betrof het de wijze van voortzetting van het proces tegen de hoofdverdachte, dat in januari formeel was opgeschort om een geheime getuige a charge door de Rechter Commissaris te doen horen.

Het 8 december proces was in januari van dit jaar opgeschort omdat er sprake was van een geheime getuige van het Openbaar Ministerie die door de Rechter Commissaris (RC) nog gehoord zou moeten worden. De getuige is kennelijk niet voor het verhoor verschenen en de krijgsraad heeft besloten het opgeschorte proces – tegen de geldende wettelijke voorschriften in – dan maar gewoon voort te zetten. Echter, alvorens het proces voorgezet zou kunnen worden, zou volgens artikel 302 van het Surinaamse wetboek van Strafvordering de vervolgingsambtenaar, in dit geval de Auditeur Militair Mr. Elgin, eerst op de hoogte moeten worden gesteld van het feit dat het verhoor door de RC niet meer heeft plaatsgevonden en dat het beoogde nadere onderzoek dat de aanleiding tot de schorsing door de krijgsraad had gevormd, als afgesloten wordt beschouwd. Deze mededeling moet door de RC aan de vervolgingsambtenaar – en niet aan de rechter(!) – gedaan worden. Ook de advocaat van de verdachte die bij het verhoor betrokken had willen zijn zou in principe aldus moeten zijn geïnformeerd.

Bij aanvang van het proces maandag las de president van de krijgsraad echter een aan haar gerichte brief van de RC voor, waarin over het niet verschijnen van de getuige mededeling werd gedaan, terwijl uit verklaringen van Elgin, die hierna het woord kreeg, bleek dat hij niet formeel op de hoogte was gesteld door de RC en hij vroeg meer ruimte om de getuige alsnog te verhoren. Advocaat Kanhai wees de vervolgingsambtenaar erop dat dit tegen de wet was en wierp een incident op waarna de zitting door de President van de Krijgsraad, Mr. Valstein-Montnor, werd geschorst. Opmerkelijk was dat na de schorsing Elgin verklaarde toch door de RC op de hoogte te zijn gesteld en wel tijdens telefonisch contact dat hij in het weekend met de RC zou hebben gehad. De President zag hierin reden genoeg om het proces gewoon voort te zetten, zonder acht te slaan op de tegenstrijdige informatie van de Auditeur Militair.

Met dit besluit lijkt in het 8 december strafproces de Surinaamse wetgeving wederom zonder enige schroom opzij te zijn gezet en heeft dit proces verder aan geloofwaardigheid ingeboet. Het is immers duidelijk, dat ook als de Auditeur Militair de RC in het weekend zou hebben gesproken, de zitting van afgelopen maandag dus al de vorige week onwettig op de rol moet zijn gezet, nadat de President van de Krijgsraad met de RC had overlegd. “Een zeer gevaarlijk precedent”, zegt de voorzitter van de PALU, Jim Hok, desgevraagd. Hij vervolgt met te zeggen dat de betoonde verstrengeling van de vervolging en de rechtsprekende instantie absoluut niet geoorloofd is. Hok zegt dat de PALU liever een ander proces had gezien waarbij waarheidsvinding centraal zou staan. Maar nu eenmaal voor dit strafproces is gekozen, was de hoop van de PALU gevestigd op een goed, onpartijdig en gedegen proces zoals dat in een goed werkende democratie zou moeten plaatsvinden. Volgens de voorzitter is op diverse momenten tijdens het 8 december proces deze hoop de grond ingeboord.

Al bij het begin van dit proces zijn grove fouten gemaakt door het vervolgingapparaat. Zo zijn bij de betekening van de dagvaardingen aan de verdachten in december 2007 de artikelen 98 van het Wetboek van Strafrecht met de voeten getreden. Deze artikelen regelen heel precies de wijze waarop de kennisgeving van verdere vervolging aan een verdachte moet worden betekend om de verjaring van een strafbaar feit te stuiten en een geldige rechtsgang mogelijk te maken. Alles op straffe van nietigheid van de betreffende dagvaarding als niet aan het wettelijke voorschrift is voldaan. Van een groot aantal verdachten, waaronder de z.g. hoofdverdachte, zou op grond hiervan de dagvaarding nietig moeten worden geacht en het tegen hen gevoerde 8 december proces niet rechtsgeldig.

Door de advocaat Mr. Irvin Kanhai is bij de toelichting van zijn desbetreffende exceptie, op niet mis te verstane wijze in de rechtszaal gesteld, dat de toenmalige Auditeur Militair op dat vlak fraude heeft gepleegd om de schijn te kunnen wekken dat aan de betreffende wetgeving zou zijn voldaan. In haar tussenvonnis ter zake van de door Kanhai opgeworpen excepties heeft de President van de Krijgsraad met geen woord over deze kwestie gerept en is het “strafproces “ rustig voortgegaan. (Men heeft aldus ervoor gekozen om de wet naast zich neer te leggen). Volgens Hok doet deze werkwijze onze jonge democratie absoluut helemaal geen goed.

Paramaribo, 15 februari 2010
PALU Secretariaat voor PR en Massacommunicatie (+597) 8802415

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *